Hypothese over virussen

Virussen maken het leven voor veel bewoners van onze planeet flink ingewikkeld. Het effect van virussen is dat de eigen cellen gebruikt worden om nieuwe viruskopieën te maken, waarbij de gastcel het niet altijd overleeft. Er wordt flink gediscussieerd over de vraag hoe virussen zijn ontstaan. In een filmpje over het ontstaan van virussen worden drie scenario’s genoemd.
1. Ze zijn simpeler dan de levende cel, dus waren ze er eerder.
2. Ze zijn losgekomen van de levende cel.
3. Ze leefden eerst zelfstandig, waren groter en complexer, maar verloren informatie waardoor ze als parasieten verder moesten gaan.

Mijn hypothese is dat er in vele levensvormen systemen voorkomen die werken ‘als virus’ en die op één of andere manier aan de wandel zijn gegaan. Met de opmerking werken als virus bedoel ik het volgende te zeggen. Een virus wordt binnengelaten in de gastheercel en laat daar zijn eigen genetisch materiaal kopiëren en nieuwe virussen maken.
Scenario 2 is niet helemaal hetzelfde als wat ik voorstel. In dit model zijn er stukjes van het DNA die zichzelf kunnen kopiëren naar een ander stukje van het DNA. Ze zouden zelfstandig zijn gegaan en een eiwitmantel om zich heen hebben gevormd. In mijn hypothese bestaat het hele systeem al, erfelijke informatie inclusief mantel en is het hele systeem op drift geraakt. Ik verwacht dat er in de komende jaren veel meer van dit soort systemen gevonden zullen worden die geprogrammeerd blijken te zijn in het DNA.

De redenen waarom ik deze gedachte heb, zijn de volgende.
1. Tot nu toe zijn er twee systemen ontdekt; het langetermijngeheugen in zoogdieren en het systeem dat stabiel vliegen bij insecten mogelijk maakt. De gegeven verklaring voor deze systemen is dat ze zouden ontstaan zijn doordat een virus een levensvorm geïnfecteerd heeft en toevallig een positieve invloed bleek te hebben. Mijn idee is dat het juist omgekeerd is; eerst was er een systeem dat goed werkte, maar door een of meer mutaties is er een virus uit voortgekomen.
2. Wanneer ik kijk naar het filmpje over de griepaanval dan zie ik een samenwerking tussen virus en gastheercel die zo optimaal is dat er sprake lijkt te zijn van een goed werkend mechanisme als in het leven.
a. Het slot-sleutelmechanisme om de cel in te mogen.

Een virus komt niet elke cel in. Er is een eiwit aan de buitenkant van het virus dat als sleutel wordt herkend door een eiwit aan de buitenkant van de cel.

b. Het omhullen van het virus wanneer het de cel binnenkomt.
Het virus wordt in de cel onthaald als een welkome gast. Hier zijn eiwitten bij betrokken die het virus omhullen.

c. Het verplaatsen naar de kern van de cel via het motoreiwit.
motoreiwit brengt het virus naar de celkern
Een motoreiwit brengt het virus in zijn omhulsel naar de kern van de cel over een weg die hiervoor wordt aangelegd door andere eiwitten.

3. Virussen moeten herkend worden door de cel en gaan daardoor over het algemeen niet van de ene soort op de andere over. Er zijn virussen die bij bacteriën horen, anderen bij planten, weer anderen bij dierlijke cellen. Dit zou kunnen wijzen op een oorspronkelijke connectie.

Mogelijkheden
Wanneer mijn hypothese klopt zouden er regelsystemen gevonden kunnen worden die de virussen in toom houden. Meer begrip van de werking van de goed functionerende systemen in het leven, zal leiden tot een effectieve aanpak van virussen die niet meer onder controle zijn van de levende cel.

Een paar vragen:
Wordt erfelijke informatie van buiten de cel altijd naar de kern gebracht?
Wordt erfelijke informatie die in de kern rondzwerft altijd gekopieerd?
Hoe wordt er in onze hersenen voor gezorgd dat de informatie voor het langetermijngeheugen niet door de hele hersenen wordt verspreid? En hetzelfde voor de virusachtige eiwitten die voor stabiliteit bij het vliegen van insecten zorgen?
Welk systeem brengt eiwitten naar de kern van de cel?